Lapje grond gekregen? Bomen kappen! 07/10/2008
Posted by Observer in Milieu.Tags: Amazonië, Brazilië, Carlos Minc, Greenpeace, Incra, Mato Grosso, Pará, Tabaporã
2 comments
Ongeveer een week geleden meldden we hier dat de ontbossing in het Amazonië gebied fors gestegen was, vergeleken met dezelfde periode van vorig jaar. Meer dan 750 vierkante kilometers bos gingen naar de haaien in de voorbije maand augustus. De onbetwistbare kampioenen in het vernietigen van het regenwoud zijn de staten Pará en Mato Grosso. Erger nog is de vaststelling dat een overheidsinstelling de eerste zes plaatsen bezet in het lijstje van de 100 grootste illegale houtkappers. Een ploeg reporters van O Globo trok op onderzoek uit in de staat Mato Grosso en ontdekte de bittere waarheid nabij het plaatsje Tabaporã, een nederzetting die in het leven geroepen werd door INCRA (Instituto Nacional de Colonização e Reforma Agrária, een overheidsorgaan dat door de Braziliaanse federale regering in het leven geroepen werd in 1979). De nederzetting is nu duidelijk een enorme lappendeken van kale plekken met enkel nog een klein stukje oerwoud. De nederzetting heeft een schooltje, een “posto de saúde” (eerste hulp dienst), kleine winkels en wat kruideniers. Vanuit de lucht filmde de tv-ploeg het kale gebied waar iedere familie via INCRA 60 hectaren kreeg toegewezen. Volgens de Braziliaanse wet mag nadien maximum 20% van die 60 hectaren ontbost worden voor eigen gebruik, maar de meerderheid liet geen enkele boom overeind staan. De motieven voor deze verwoesting zijn duidelijk: het gekapte hout wordt aan de lokale (en illegale) houtzagerij geleverd en levert fraaie winsten op. De rest wordt plat gebrand waarna men kan beginnen met soja- en/of veeteelt, eveneens een winstgevende handel. Het is duidelijk dat INCRA schromelijk tekort schiet betreffende de begeleiding van de toegekende nederzettingen. Van duurzame ontwikkeling hebben zij blijkbaar nog nooit gehoord.

Greenpeace melde in augustus van vorig jaar al in een rapport dat de Braziliaanse overheid de illegale houtkap bevordert onder de mom van armoedebestrijding. Het rapport ging over de praktijken van het Braziliaanse instituut voor landhervorming. De regering van president Lula ziet het toekennen van landbouwgrond aan honderdduizenden arme Brazilianen als een van haar speerpunten. INCRA, de instelling die het land toewijst, blijkt onder druk van de ambitieuze doelstellingen echter vaak geen landbouwgrond te verdelen, maar stukken ongerept regenwoud. Uit het onderzoek dat tot het rapport leidde, blijkt dat de INCRA bewust contact legt tussen vertegenwoordigers van de arme gemeenschappen en houtkapbedrijven. De houtkapbedrijven – met een lange geschiedenis van verwoestende activiteiten – leggen infrastructuur aan zoals scholen en wegen in ruil voor het recht om te mogen kappen. INCRA ontrekt zich hiermee aan de verplichting zelf deze infrastructuur te verzorgen.

Hoe lang gaan we nog met dergelijke beelden geconfronteerd worden?
De snelheid van vernieling van het Amazonegebied is meer dan driemaal zo hoog als verleden jaar. Een scherp contrast na drie jaar van verminderende ontbossing. Milieuminister Carlos Minc zei dat dit deels te wijten is aan de komende nationale verkiezingen (die inmiddels gisteren plaatsvonden). Burgemeesters in het Amazonegebied laten illegale houtkap gemakkelijker zonder gevolg in de hoop lokaal stemmen te winnen. Milieuactivisten wijten de sterke stijging aan de wereldwijde hoge voedselprijzen. Die moedigen sojaboeren en veetelers aan om bos te kappen voor gewassen en gras. Europa is een belangrijke afnemer van Braziliaans hout: een flink deel van het gezaagd tropisch hardhout op de Europese markt is afkomstig uit Brazilië. Op dit moment heeft de consument geen enkele garantie dat aangeschaft hout legaal gekapt is.






